Boete en verzoening
In het evangelie geeft Christus de apostelen de bevoegdheid zonden tevergeven. In het evangelie van Johannes lezen we: "Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven". (Joh. 20,22-23). Door de wijding van opvolgers, hebben de apostelen dit doorgegeven aan de bisschoppen en de priesters.

God om vergeving vragen, hoort bij een eerlijk christengelovige. Zo schrijft de apostel Johannes in zijn eerste brief: "Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons". (1 Joh. 1,8)

Daarom bidden we aan het begin van iedere Eucharistieviering samen om vergeving. Wanneer we ernstige zonden hebben gedaan, of wanneer de band die wij hebben met God dankzij het doopsel door zeer zware zonden verloren is gegaan, dan kunnen we dankzij het biechtsacrament vergeving ontvangen, en die band met God herstellen.



Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan (...) laten we eten en feest vieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden (Lucas 15, 22-24)

Hoe kan ik me dat voorstellen, biechten?

Soms loop ik verloren, op dood spoor. Mijn leven loopt vast en dan ga ik gebukt onder mijn eigen gebrokenheid. Dan voel ik dat ik tekort schiet tegenover God, mijn naaste, mijzelf. Tegenover de priester kan ik dat veilig zeggen.
 
De priester nodigt mij uit om opnieuw te beginnen, hij bemoedigt mij en geeft mij misschien een goed advies. Ook stelt hij voor om als teken daarvan een daad te stellen of een gebed te bidden.
 
De ritus van het sacrament van vergeving?

We zetten hier uiteen hoe het biechtgesprek kan verlopen.

Na de begroeting maken de biechteling en de priester samen het kruisteken: "In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen."

De priester nodigt de biechteling uit zich in vertrouwen tot God te richten: "De Heer zij in uw hart opdat u met een berouwvol hart uw zonden belijdt."

De biechteling zegt:
"Ik belijd voor de almachtige God en voor u, dat ik gezondigd heb. De laatste keer dat ik heb gebiecht, was..."

De biechteling belijdt nu zijn zonden. Zo nodig helpt de priester de biechteling. De biechteling kan afsluiten met: "Ik sluit hierbij alle zonden uit mijn vroegere leven in en vraag de heilige absolutie."

De priester geeft passende raad, legt de biechteling een boete op en vraagt hem uitdrukking te geven aan zijn berouw. Deze kan zeggen: "Heer Jezus, Zoon van God, wees mij zondaar genadig." Of "Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik uw straffen heb verdiend, maar vooral, omdat ik U, mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed, heb beledigd. Ik verfoei al mijn zonden en beloof, met de hulp van uw genade, mijn leven te beteren en niet meer te zondigen. Heer, wees mij zondaar genadig."

De priester strekt zijn rechterhand over de biechteling, maakt het teken van het kruis en ontslaat hem van zijn zonden met de woorden: "God, de barmhartige Vader, heeft de wereld met zich verzoend door de dood en de verrijzenis van zijn Zoon en de heilige Geest uitgestort tot vergeving van de zonden; Hij schenkt u door het dienstwerk van de Kerk vrijspraak en vrede. En ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest."

De biechteling antwoordt:
"Amen".

De priester vervolgt:
"Het lijden van Onze Heer Jezus Christus, de voorspraak van de heilige Maagd Maria en van alle heiligen, het goede dat u zult doen en het leed dat u zult dragen, zij u tot vergiffenis van zonden, tot vermeerdering van genade en tot onderpand van eeuwig leven. Ga in vrede."

De biechteling antwoordt:
"Amen."

Wie kan het sacrament van vergeving ontvangen?
Iedere christen die in de katholieke kerk gedoopt is. Iedereen, gedoopt of niet gedoopt, is evenwel van harte welkom voor een persoonlijk onderhoud met een priester.

Door de sacramenten van de christelijke initiatie ontvangen wij het nieuwe leven van Christus. Dit leven dragen wij "in aarden potten". Dit nieuwe leven als kind van God kan door de zonde verzwakt worden en zelfs verloren gaan.

Onze Heer Jezus Christus, geneesheer van onze ziel en ons lichaam, die de lamme zijn zonden vergeven heeft (...), wilde dat zijn kerk, in de kracht van de Heilige Geest, zijn werk van genezing en heil zou voortzetten, zelfs jegens haar eigen leden.

Dit is het doel van het sacrament van vergeving

Onze Heer Jezus Christus, geneesheer van onze ziel en ons lichaam, die de lamme zijn zonden vergeven heeft en hem zijn lichamelijke gezondheid heeft teruggegeven, wilde dat zijn Kerk, in de kracht van de Heilige Geest, zijn werk van genezing en heil zou voortzetten, zelfs jegens haar eigen leden. Dit is het doel van de twee Sacramenten van genezing: het Boetesacrament en de Ziekenzalving.

(Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1421).

Gewetensonderzoek/biechtspiegel

We zetten hier uiteen hoe men het gesprek kan voorbereiden met behulp van een "biechtspiegel".

Algemene vragen:

  • Ga ik biechten met een oprecht verlangen naar zuivering, of beschouw ik het als een last?
  • Heb ik bij vorige biechten zware zonden vergeten of bewust verzwegen?
  • Heb ik de opgelegde boete volbracht? Gedaan onrecht hersteld? Voornemens in praktijk gebracht?

De Tien Geboden:
1. Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen

  • Welke afgoden heb ik?
  • Kijk ik teveel televisie? Op internet?
  • Drink of eet ik teveel?
  • Is mijn werk of hobby een afgod?
  • Welke waarde heeft geld voor mij?
  • Bid ik 's avonds en 's morgens?
  • Bid ik aan tafel?
  • Dank ik God ook voor het goede?
  • Bid ik met aandacht?
  • Probeer ik God echt te beminnen?

 2. Gij zult de Naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken 

  • Heb ik gevloekt?
  • Spreek ik met eerbied over God?
  • En over zijn Kerk?
  • Zie ik enkel mijn eigen mening?
  • Vraag ik ook een priester om raad?
  • Zoek ik teveel mijn eigen eer?
  • Kom ik op voor God, voor zijn Kerk en voor het geloof?

 3. Wees gedachtig, dat gij de dag des Heren heiligt 

  • Bezoek ik tijdens het weekend de Heilige Mis?
  • Ben ik eerbiedig in de kerk?
  • Volg ik de Heilige Mis aandachtig of dwaal ik gemakkelijk af?
  • Is mijn misbezoek een automatisme?
  • Leef ik gejaagd?
  • Vertrouw ik op Gods bijstand?
  • Verwaarloos ik de zondagsheiliging door te veel werk of gejaagdheid, of door luiheid?

 4. Eer uw vader en uw moeder 

  • Heb ik respect voor mijn ouders en ben ik hen dankbaar?
  • Toon ik hen die dankbaarheid wel eens?
  • Houd ik rekening met hen of denk ik alleen aan mezelf?
  • Was ik kortaf of brutaal tegen mijn naaste?
  • Ben ik hulpvaardig?
  • Draag ik bij aan een goede sfeer in mijn omgang met anderen?
  • Ben ik snel geprikkeld?
  • Egoïstisch?
  • Ben ik zorgzaam voor mijn kinderen?
  • Ben ik als christen een voorbeeld voor mijn gezin?
  • Span ik me in bij mijn werk en studie?
  • Zet ik me in voor mensen die het moeilijk hebben?

 5. Gij zult niet doden 

  • Laat ik mensen links liggen?
  • Kijk ik op mensen neer?
  • Haat ik bepaalde personen?
  • Spreek ik negatief over anderen?
  • Luister ik ook echt naar de ander?
  • Gun ik een ander voorspoed en geluk?
  • Probeer ik ruzies bij te leggen?
  • Kan ik vergeven?
  • Neem ik onverantwoorde risico's in het verkeer of bij sport en spel?
  • Ben ik sober met eten en drinken?
  • Ben ik gewelddadig geweest?
  • Heb ik medewerking verleend aan pogingen tot abortus, euthanasie of andere vormen van doding?

 6. Gij zult geen onkuisheid doen 

  • Heb ik eerbied voor mijn lichaam?
  • Viel ik in zelfbevrediging?
  • Leef ik al voor het huwelijk samen?
  • Ben ik trouw in het huwelijk?
  • Bedreef ik overspel?
  • Beleef ik het huwelijk naar Gods wil?
  • Eerbiedig ik wat de Kerk hierover zegt?

 7. Gij zult niet stelen

  • Respecteer ik het openbaar bezit?
  • Respecteer ik het bezit van anderen?
  • Heb ik gestolen?
  • Heb ik gedaan onrecht hersteld?
  • Heb ik schulden goed gemaakt?
  • Ben ik eerlijk aan zaken gekomen?
  • Heb ik belasting ontdoken?
  • Heb ik de ander genegeerd of verwaarloosd?

 8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen 

  • Heb ik gelogen?
  • Bezorgde ik mensen een slechte naam?
  • Deed ik mee met roddel?
  • Kwam ik voor een ander op?
  • Verdraaide ik de waarheid?
  • Was ik bang 'vrienden' te verliezen?

 9. Gij zult geen onkuisheid begeren 

  • Zijn mijn gedachten zuiver?
  • Zet ik verkeerde gedachten van me af?
  • Is mijn oog altijd zuiver?
  • Keek in naar onzedige afbeeldingen?
  • Las ik onzedelijke lectuur?
  • Hoe keek ik naar mensen? Zoals God of met ogen van begeerte?

10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoort 

  • Ben ik tevreden met wat ik heb?
  • Ben ik jaloers?
  • Help ik hen die minder hebben?
  • Denk ik alleen aan mijzelf?
Vragen over dit onderwerp, Reageer dan hier
Biechtgelegenheid
Wilt u biechten? Bekijk dan hier de mogelijkheden.