protocol misbruik

Doel van dit protocol

Doel van dit protocol is een raamwerk te definiëren dat een passende omgang van volwassenen met minderjarigen en kwetsbare personen mogelijk maakt binnen de parochie. Minderjarig is hij of zij die de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft.

Het protocol regelt de verantwoordelijkheden van:
1. het kerkbestuur 
2. alle medewerkers (beroepskrachten) en
3. alle vrijwilligers die werkzaam zijn binnen het geheel van de pastorale eenheid H. Maria en H. Johannes te ‘s-Hertogenbosch.

De regelgeving van dit protocol moet niet als een dwangmatig keurslijf gezien worden dat inhoudsvolle pastorale of andere relaties wil verhinderen, maar ook niet als regelgeving die slechts op papier staat en door niemand gecontroleerd wordt. Het is de bedoeling dat dit protocol behulpzaam is bij het realiseren van een goed evenwicht tussen respectvolle afstand enerzijds en pastorale nabijheid anderzijds binnen alle relaties tussen volwassenen en minderjarigen.

Dit protocol vormt een aanvulling op de algemene gedragscode van het bisdom van
‘s-Hertogenbosch en stelt deze niet buiten werking. Aan medewerkers wier taakomschrijving voorziet in structureel contact met minderjarigen kan bij aanvang van het dienstverband om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) gevraagd worden.


Definitie

De definitie van misbruik waarop dit protocol zich oriënteert, is:
' Iedere vorm van psychisch, lichamelijk, seksueel en emotioneel misbruik, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren; en /of plaatsvindt binnen een ongelijke machtsverhouding (volwassene- minderjarige, hulpverlener-cliënt, leerkracht-leerling, pastor – pastorant, leiding–jeugdlid, e.d.); en /of andere handelingen of gedragingen die strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht.'


Algemene regels

Artikel 1
Ieder die actief is binnen onze parochie (als beroepskracht, vrijwilliger, bestuurder, deelnemer aan activiteiten of anderszins) dient zich steeds bewust te zijn van het vertrouwen dat hem of haar als medewerker of vrijwilliger van een kerkelijke instelling geschonken wordt en van de bijzondere verantwoordelijkheid die hij of zij heeft in de omgang met minderjarigen en kwetsbare personen. Daarom moet iedere vorm van psychisch, lichamelijk, seksueel en emotioneel misbruik achterwege blijven / verhinderd worden;

Artikel 2
Daarentegen moet juist een houding bevorderd worden die overeenkomt met de grondslagen en de leer van de Kerk (i.c. respect voor ieders individuele lichamelijke en geestelijke integriteit) en dienen de algemene verplichtingen uit een eventuele arbeidsovereenkomst voortkomend, onverminderd in acht genomen te worden;

Artikel 3
Wanneer een medewerker, vrijwilliger of parochiaan kennis heeft van het voorvallen van een van de hierboven genoemde vormen van misbruik, dan dient hij of zij onmiddellijk contact op te nemen met:
1. de pastoor en / of een van de leden van het kerkbestuur
én
2. de landelijke instelling Hulp & Recht;

Artikel 4
Wanneer een medewerker of vrijwilliger zelf onder verdenking van misbruik komt, dient deze persoon zelf ook direct contact op te nemen met beide genoemde instanties;

Artikel 5
Het kerkbestuur wijst een vertrouwenspersoon aan om de drempel voor het bespreekbaar maken van mogelijk misbruik te verlagen. Deze vertrouwenspersoon zal een luisterend oor bieden en behulpzaam zijn bij het melden van het mogelijk misbruik en bemiddelen bij mogelijke hulpverlening;

Artikel 6
Bij het vermoeden van strafbare feiten zal het kerkbestuur altijd contact opnemen met de politie. Wanneer besloten wordt tot nader onderzoek, zal de medewerker of vrijwilliger door het kerkbestuur op non-actief gestelt worden. Betreft de verdenking medewerkers met een pastorale aanstelling, dan verzoekt het kerkbestuur het bisdom hem of haar op non-actief te stellen;

Artikel 7
Blijkt een verdenking na objectief onderzoek door de politie of Hulp & Recht inderdaad waar te zijn, dan is dat reden voor een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst en beëindiging van alle vrijwillige werkzaamheden. Ook deelname aan bijeenkomsten en activiteiten is vanaf dan uitgesloten;

Artikel 8
Het staat (ouders van) slachtoffers vanzelfsprekend altijd vrij om zelf contact op te nemen met de politie en/of Hulp & Recht. Waar mogelijk en wenselijk zal het kerkbestuur daarin desgevraagd assisteren.


Preventie van misbruik van minderjarigen

Artikel 9
Lichamelijk contact bij het begroeten, ter bemoediging of troost (bij verwonding, verdriet of heimwee) of het bieden van geborgenheid, mag zich niet oriënteren op de eigen behoeften van de begeleider en moet passend zijn bij de leeftijd van de minderjarige;

Artikel 10
Individuele gesprekken met minderjarigen zijn slechts toegestaan:
1. in ruimtes die gemakkelijk te observeren zijn (open deur, glazen deur, meerdere personen aanwezig);
2. binnen normale kantooruren waarop ook ander personeel in het gebouw / de ruimte aanwezig is;
3. buiten kantooruren: uitsluitend in aanwezigheid van ouders of andere personen.
Tijdens individuele gesprekken mogen minderjarigen nooit op oneigenlijke of oneerbare wijze benaderd worden. Ouders/verzorgers worden altijd vooraf op de hoogte gebracht van individuele gesprekken en worden in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn;

Artikel 11
Aanwezigheid van een volwassene met een enkel kind of jongere in:
• de kerk
• de sacristie
• de Goede Herderkapel
• andere ruimtes in / rond de kerk
• sanitaire ruimtes (in geval van activiteiten met overnachting: slaapzalen)
is niet toegestaan, tenzij de zorg voor de minderjarige anders verlangt (bijvoorbeeld bij een verwonding). Deze bijzondere situaties dienen vooraf door het team van begeleiders besproken en verhelderd te worden.
Wanneer de medewerker of vrijwilliger met een groepje minderjarigen in de kerk, de pastorie of de parochiezaal aanwezig is, dient hij of zij ervoor te zorgen dat er altijd een andere begeleider, liefst een ouder ook aanwezig is;

Artikel 12
Het bekijken of fotograferen van minderjarigen, bij het uit- of aankleden (bijvoorbeeld na een sportactiviteit of in sanitaire ruimtes) is altijd verboden. Vanzelfsprekend is hulp bij het uittrekken van de regenlaarzen of het aantrekken van de jas juist toelaatbaar;

Artikel 13
Bij groepsactiviteiten is enige vorm van discipline onvermijdelijk. Die mag echter uitsluitend door pedagogisch zinvolle en verantwoorde methoden bereikt worden. Iedere vorm van lichamelijke bestraffing is verboden;

Artikel 14
Wanneer een grensoverschrijdende, persoonlijke en/of lichamelijk aantrekking door of voor minderjarigen waargenomen wordt, dient:
1. de betrokkene zelf de grenzen van zijn/haar (zorg)taken en bijbehorende verantwoordelijkheid in acht te nemen
2. de eventuele waarnemer de betrokkene te wijzen op de grenzen genoemd in artikel 2 en indien nodig hiervan melding te maken bij pastoor, de leiding, de vertrouwenspersoon of het kerkbestuur.
Daarnaast moeten de zorgtaken zo snel mogelijk door een ander persoon overgenomen worden. Vakkundige hulp, indien nodig met therapie, wordt aanbevolen;

Artikel 15
Exclusieve vriendschappelijke betrekkingen met minderjarigen zijn door medewerkers en vrijwilligers te vermijden. Exclusieve contacten buiten het kader van parochiële activiteiten zijn evenmin toegestaan;

Artikel 16
Het geven van geld of cadeautjes aan een minderjarige, die geen verband hebben met de zorgtaken van de begeleider of de concrete activiteit, dient achterwege te blijven;

Artikel 17
Bij de keuze van films, (computer-)spelletjes en schriftelijk materiaal dient erop gelet te worden dat deze geschikt zijn voor en passend bij de leeftijd van de minderjarigen. Dat geldt ook voor taalgebruik, woordkeuze en iedere vorm van persoonlijke interactie of vermaak;

Artikel 18
Dagtochten of meerdaagse reizen met minderjarigen mogen alleen met aanvullende begeleiding door volwassenen plaatsvinden. Voldoende begeleiders, bij grote voorkeur van beide geslachten, dienen als aanspreekpunt aanwezig te zijn. Ook dient steeds zeer duidelijk te zijn of het een activiteit betreft van de parochie of een privé-initiatief;

Artikel 19
Bij overnachtingen in het kader van meerdaagse activiteiten dienen de slaapplaatsen van de begeleiders gescheiden te zijn van de slaapplaatsen van de minderjarigen.


Toetsing

Artikel 20
Het kerkbestuur is verantwoordelijk voor een goede implementatie van dit protocol binnen alle onderdelen van de parochiële organisatie;
Het protocol wordt jaarlijks getoetst binnen de vergadering van het kerkbestuur. Alle leden van het kerkbestuur leggen verantwoording af over de wijze waarop zij de regels gecontroleerd hebben bij de vrijwilligers en medewerkers die onder hun aansturing vallen;
De voorzitter en de vicevoorzitter van het kerkbestuur zien erop toe dat eenmaal per jaar het protocol ter evaluatie op de agenda komt.


Aldus vastgesteld door het kerkbestuur van de parochie van de Heilige Johannes Evangelist,

‘s-Hertogenbosch, 13 juli 2010

  

Contactgegevens
Voor slachtoffers van misbruik is het van belang te weten dat zij terecht kunnen bij
1. de vertrouwenspersoon (via het secretariaat van het kerkbestuur: 073 – 6144170);
2. de politie (0900 - 8844);
3. een van de leden van het kerkbestuur (via het secretariaat van het kerkbestuur: 073 – 6144170 / bestuur@mariajohannes.nl);
4. de landelijke instelling Hulp & Recht (www.hulpenrecht.nl / 0900 - 89 98 411).

Vragen over dit onderwerp, Reageer dan hier